Door op 7 november 2013

Toekomst peuterspeelzaalwerk, toekomst voorschoolse voorzieningen

De PvdA pleit voor meer samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en harmonisatie van de voorschoolse voorzieningen.

Dit is in lijn met de opvatting van de huidige regering, maar ook in lijn met het standpunt van de VNG, de Branchevereniging Kinderopvang, Mogroep en de PO-Raad. Centraal staat hierin het belang van het kind, de ontwikkelingskansen voor een kind. Bij goed onderwijs voor elk kind hoort ook een goede start voor elk kind. De voorschoolse voorzieningen moeten daarom toegankelijk zijn voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar, pedagogische kwaliteit leveren en zorgen voor een doorgaande ontwikkellijn. Het huidige versnipperde aanbod voor jonge kinderen is niet efficiënt, niet effectief en onduidelijk voor ouders. Daarom moeten de systemen van kinderopvang, peuterspeelzaal, voorschool en onderwijs meer worden geïntegreerd.

In Roosendaal heeft het college van B&W onlangs besloten om vanaf 1 januari 2015 de focus volledig te leggen op voorschoolse educatie waar voor de gemeente de wettelijke taak (door het consultatiebureau geïndiceerde doelgroepkinderen, die een risico lopen op een (taal)achterstand), ligt.

Roosendaal had altijd extra middelen over voor het reguliere peuterspeelzaalwerk, wat geen wettelijke taak is. Het college van B&W heeft echter besloten om met ingang van 1 januari 2015 te stoppen met de financiering van het regulier peuterspeelzaalwerk.

Dit besluit heeft de gemeente kenbaar gemaakt aan haar partner, de Stichting Peuterspeelzalen Roosendaal (SPR), die voor de uitvoering van het peuterspeelzaalwerk verantwoordelijk is. De SPR en het onderwijs hebben aangegeven dat door en voor de SPR in samenwerking met het basisonderwijs een bedrijfsplan zal worden opgesteld voor 1 januari 2014 wat zich richt op de financiële voorzieningen, bedrijfsvoering en tegengaan van segregatie en zich richt tot 2020. Een plan gericht op alle kinderen, dus niet enkel voor de doelgroepkinderen. De SPR en het onderwijs hebben verzocht om uitstel c.q. herziening van het besluit van de gemeente in afwachting van de plannen vanuit de SPR.

De PvdA heeft in de komende Commissie Bestuur aan de verantwoordelijk wethouder gevraagd om het bedrijfsplan van de SPR tegen het licht te houden in relatie tot het genomen besluit, zodat de wethouder begin 2014 de gemeenteraad kan informeren over de toekomst van het  peuterspeelzaalwerk en de visie c.q. koers omtrent voorschoolse voorzieningen. Uiteraard is het voor de SPR van belang om het onderwijs, maar ook de kinderopvangorganisatie(s) hierin te betrekken. De wethouder gaf aan wat voor het college belangrijk is en gaf aan dat 2015 in die zin nog ver is en als de gemeenteraad wil bijsturen, dit altijd mogelijk is. Dit standpunt wed herhaald in de raadsvergadering van 6 november jl. De PvdA fractie meent dat nu duidelijk is wat er van de SPR, de onderwijspartners en de kinderopvang wordt verwacht en heeft er alle vertrouwen in dat de handschoen met name door de SPR zal worden opgepakt. De PvdA wacht dit verder af en kan dan nog altijd bezien of bijsturing noodzakelijk is en of hiervoor middelen vrij voor moeten worden gemaakt.

Voor de PvdA is van belang dat de invulling van de toekomst van voorschoolse voorzieningen goed is geregeld. De betrokkenheid van al deze partijen, met name in de samenwerking op lokaal niveau en in de dagelijkse praktijk, is daarbij cruciaal.