Door op 10 oktober 2014

Het sociaal domein en de 3 decentralisaties

‘Den Haag’ gaat over enkele maanden niet langer over de inrichting van het sociaal domein, het is straks aan de gemeente om dit domein zo in te richten dat het recht doet aan de burgers. Hoe we dit doen wordt deze maand door de gemeenteraad vastgesteld.

De PvdA vindt zeker, laat daar geen misverstanden over bestaan, dat de taken van de overheid in het sociale domein het beste kunnen worden uitgevoerd door die overheid die het dichts bij de burger staat, de gemeente.

Werk

Ons uitgangspunt is al jaren dat het belangrijk is om te komen tot één regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt, met als doel een einde te maken aan ondoorzichtige regelgeving, onnodige drempels en belemmeringen en ingewikkelde werkwijzen. Voor werkgevers is het nu door de verschillende regelingen onnodig ingewikkeld om mensen met een uitkering in dienst te nemen.

Gemeenten worden primair verantwoordelijk en hebben daarbij voor een belangrijk deel de vrijheid om met elkaar de arbeidsmarkt in te richten. Daarin zijn nu, met de oprichting van het Werkplein waarin Roosendaal ook een belangrijke rol krijgt, stappen gemaakt. De gemeente kan binnen de GR de toeleiding tot passend werk organiseren en het aanbod van voorzieningen bepalen.

Zorg

De PvdA vindt ook dat de overheid toegankelijke, betaalbare en goede zorg moet garanderen. Een goede stap is de zorg te organiseren vlak bij de mensen. Mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen en/ of een gezinslid bij hun houden. Vaak is ondersteuning vanuit het eigen sociale netwerk of de gemeentelijke thuiszorgvoorziening nodig. Het is goed dat de Wmo verandert met als doel een houdbare langdurige zorg voor de mensen nu en voor toekomstige generaties. Maar de PvdA vindt ook dat op gezondheid geen financiële drempel mag liggen. Dat is een principekwestie.

Jeugd

Ieder kind verdient de best mogelijke start. Tot nu toe was de jeugdzorg een gedeelde verantwoordelijkheid van provincie en gemeenten. De PvdA vindt dat jeugdzorg maatwerk dient te zijn. Eén gezin, één plan, één aanspreekpunt, één budget en één regievoerder: de gemeente. Daarom is deze decentralisatie ook een goed initiatief, mits de uitwerking en organisatie ervan goed is. Want dan kunnen de gezinnen, de personen om wie het draait, in onze samenleving op een voor hun passende manier mee doen.

Samenhang

Het gaat uiteindelijk niet om de taken, de begroting en het budget. Het gaat om de werking van de drie d’s naast en met elkaar. Het gaat om de mensen. Vandaar dat wij als PvdA toch wat bezorgd zijn.

Hoe wordt de samenhang met de andere decentralisaties en andere velden in het sociaal domein, zoals onderwijs en armoedebeleid vorm gegeven? Iedereen ziet het verband tussen de doelgroepen in het kader van de 3 beleidsonderwerpen en ander sociaal beleid. Toch wordt het beleid los van elkaar bepaald.

Mensen die in de bijstand zitten, hebben vaak een verhaal. In dit verhaal spelen kinderen een rol. Het is vaak een stapeling van problemen die tot een stapeling van zorg leiden. Het is niet voor niets dat mensen in de bijstand terecht komen. De beleidskaders worden nu nog te veel van elkaar gescheiden en dat terwijl de oplossingen voor de burgers in het Sociaal Domein in de samenwerking tussen de verschillende dienstverlenende organisaties liggen. De leidende principes in alle 3 de decentralisaties zijn gelijk. Het gaat om eigen kracht, regie bij het gezin en 1 gezin 1 plan. Door een integrale aanpak van de drie voorliggende beleidskaders zullen veel gemakkelijker de doelstellingen gehaald worden die per decentralisatie gesteld zijn. Kortom het gaat om ontschotten.

Een voorbeeld: Een gezin met man, vrouw en 2 kinderen. Een familie doorsnee zo gezegd. Maar in dit gezin worden de 3 D’s vanaf 2015 echt ervaren. De man, met Niet Aangeboren Hersenletsel vraagt om steeds meer zorg en ondersteuning van echtgenote. Dit heeft er al toe geleid dat mevrouw gestopt is met werken en het gezin van een uitkering leeft. De zoon en dochter vinden het leven moeilijk. Hebben moeite met hun veranderde vader. Bovendien is de zoon ook autistisch.

Het is 2015 en de wijkverpleegkundige signaleert dat de zorg voor mijnheer te zwaar wordt voor mevrouw. Vanuit haar rol in het medisch domein, kan ze mijnheer doorleiden naar een zorgaanbieder naar keuze om mijnheer te ondersteunen bij het wassen en aankleden en de medicatie toediening. Het gezin ervaart dit als een te grote inbreuk op het gezin. Mevrouw wil de zorg voor haar man zelf doen. Ze zou wel geholpen zijn bij huishoudelijke ondersteuning omdat de 24/ 7 mantelzorgtaken en de zorg voor haar kinderen haar teveel worden De wijkverpleegkundige geeft aan dat ze in het medisch domein iets kan betekenen, maar voor het sociaal domein (de Wmo) haar collega moet inschakelen van de gemeente. Bij het keukentafelgesprek blijkt dat mevrouw prima in staat is het huishouden te doen. Mevrouw heeft te horen gekregen dat ze ingedeeld wordt in “mantelzorg ondersteuning”. En niet in “de week op orde”.

Omdat het gezin in een uitkeringssituatie zit, wordt van mevrouw verwacht dat zij een ‘tegenprestatie doet’.In de beleidsnota staat nadrukkelijk geschreven dat de zorg voor hun naaste door een mantelzorger niet geldt als tegenprestatie. Hoe moet deze moeder en echtgenote deze plicht dan inlossen?

Gelukkig is de zoon ‘slechts’ autistisch en heeft hij geen gespecialiseerde zorg nodig waardoor hij in de regio af en toe wél naar een logeervoorziening kan gaan om zelf tot rust te komen van de hectiek thuis en het reguliere onderwijs waar hij nu zit en heeft de rest van het gezin ook rust.

Zoals blijkt, zijn hier al de 3 d’s aan de orde. Van belang is daarom dat de 3 beleidskaders in elkaar overlopen. Dat ze elkaar niet – onbewust of niet- in de weg zitten. Dit lijkt soms dus wel het geval.

Wij voorzien als PvdA een aantal risico’s die samenhangen met het niet integreren van de beleidskaders en hebben onze zorgen hierover uitgesproken. In de raadsvergadering zullen we hierop bijsturen middels moties en amendementen. De raadsvergadering zal op 29 oktober a.s. plaatsvinden.