17 februari 2017

Geen Biomineralenfabriek in Roosendaal?

Een meerderheid van de gemeenteraad heeft het college van B&W één duidelijke opdracht gegeven: wijs de omgevingsvergunning af die de komst van een biomineralenfabriek in Roosendaal mogelijk maakt.

Onze fractie heeft goed geluisterd naar de zorgen van in onze samenleving, de informatie die bekend is over mestverwerking en het standpunt van de Provincie Brabant: er is al voldoende mestverwerkingscapaciteit, dus geen nieuwe initiatieven.

In deze kwestie staat voor de PvdA centraal dat we onze inwoners, onze burgers in Roosendaal willen beschermen tegen vermijdbare risico’s van initiatieven met beperkt (maatschappelijk) belang. U begrijpt dat wij dus geen voorstander zijn van een biomineralenfabriek in Roosendaal, en ook niet op een alternatieve locatie in Roosendaal of elders in Brabant.

Het voorkomen van vermijdbare risico’s zou ook moeten gelden voor de initiatiefnemers, waaronder de ZLTO. Dat lijkt niet het geval, immers blijkt uit het gehele proces dat de initiatiefnemers gaan voor hun eigen belang, niet voor het maatschappelijk belang. Zij zoeken de randen en mogelijkheden van de wet en regelgeving op. Het college van B&W heeft zich niet voldoende “bewapend” tegen deze ongewenste ontwikkeling, en daarbij meent onze fractie dat juist het college van B&W er alles aan doet om het initiatief mogelijk te maken. De initiatiefnemers en het college van B&W leggen de overlast (en de bewijslast hiervoor) neer bij de burgers van Roosendaal. Ik vind dat moreel laakbaar gedrag.

De bestuurlijke vraag is daarom niet, voldoen de initiatiefnemers aan alle normen, wet & regelgeving, waar wij dus onze ernstige twijfels over hebben, maar hoeveel risico op gezondheidsschade voor burgers wil je nemen als bestuurder. En weegt dat risico op tegen het maatschappelijk belang van de activiteit. Wij spreken hier niet alleen de twee verantwoordelijke wethouders Lok en Theunis hierop aan, maar ook de wethouders Schenk en van Poppel in het kader van leefbare wijken en dorpen en de volksgezondheid. Het gemeentebestuur is immers voornemens om mee te werken aan het verlenen van de omgevingsvergunning.

Omdat het hier om een nog niet bewezen effectieve methode gaat, is de fabriek in feite een experiment, en is het nog maar zeer de vraag of de theorie en de praktijk met elkaar overeenkomen.

De motie die het college opdraagt om de vergunning af te wijzen is doorspekt met wantrouwen jegens het college van B&W. Opvallend nu de oorspronkelijke initiatiefnemers, de Roosendaalse Lijst en de VVD deel uitmaken van de coalitie en de eigen wethouders Lok en Theunis verantwoordelijk zijn voor dit dossier.

Over deze kwestie is vooral opvallend de politieke, ongerijmde, wending van de Roosendaalse Lijst. Zo bagatelliseerde raadslid Gabriëls deze kwestie in de commissievergadering van 14 juni 2016. Hij verwees toen immers naar uitspraken van een GGD-arts in de media die had beweerd dat dergelijke initiatieven onder voorwaarden best kunnen zonder enig gevaar voor de volksgezondheid. Verder gaf raadslid Gabriëls ook aan dat de milieudruk in de Westrand en omgeving zou zijn afgenomen.

Nadat SP onlangs op een vrijdag wederom schriftelijke vragen stelde aan het college van B&W moesten de Roosendaalse Lijst en de VVD opeens blijkbaar dit initiatief naar zich toetrekken, met een actie om een ondoordachte motie op een zaterdag te laten verzenden door de griffie. Deze motie werd kort daarna weer ingetrokken. Vervolgens uiteindelijk 5 versies, met een definitieve versie die doorspekt was met de signatuur van de strijders van het 1e uur de VLP en de SP.

Voor de PvdA was het een zeer lastige afweging om in deze kwestie een motie te steunen. Immers doorkruist dit het bestuursrechtelijk traject en juichen we de actie van de indieners dan ook niet toe. Moeten we dan echter de motie niet steunen? De Roosendaalse Lijst en de VVD hebben ons flink beziggehouden en met het handhaven van de motie een monstrum gecreëerd. Voor ons staat het tegenhouden van de biomineralenfabriek centraal in het belang van de Roosendaalse samenleving.

De indieners van de motie hebben allen overtuigend aangegeven dat wat hen betreft de fabriek er niet dient te komen en dat het college van B&W één opdracht dient uit te voeren en dat is het afwijzen van de gevraagde vergunning. Daar houden we ze aan. En wij gaan ervan uit dat zij daar ook hun college van B&W aan zullen houden. Anders hebben deze partijen enkel goede sier willen maken en was het bühnewerk, zonder de inwoners serieus te nemen. Nee is nee, aldus de motie.

Nu wij tegen de komst van deze fabriek zijn, de motie niet werd aangehouden (wat onze voorkeur was) in afwachting van het aangekondigde onderzoek door het college van B&W, was het voor ons, met een duidelijke stemverklaring, een politieke keuze om de motie te ondersteunen.

Zoals aangegeven lijkt het erop dat al bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2014 (unaniem door de gemeenteraad aangenomen) essentiële informatie niet echt duidelijk aan de gemeenteraad is voorgespiegeld, is er nu in de loop van het traject het oorspronkelijke initiatief gewijzigd, diverse ijkmomenten geweest die het dus mogelijk maken om dit initiatief te stoppen. Je kunt faciliteren als gemeente, maar dat heeft z’n grenzen. Die hebben we nu politiek gesteld, wordt hopelijk bestuursrechtelijk opgelost en geeft het college van B&W één keuze: de vergunning afwijzen.